Suriname museum
Kijken, luisteren, voelen, ruiken en proeven
– Gracia Tham
Sinds september 2025 is er een nieuw museum te bezoeken: het Suriname museum in Amsterdam. Daar wilde ik wel naar toe, zeker omdat mijn roots daar liggen en ik volgend jaar met mijn gezin in Switi Sranan een rondreis ga maken. We waren met drie generaties, want mijn ouders en (volwasssen) kinderen wilden maar al te graag mee.

Het museum laat je kennismaken met de natuur en cultuur van het land dat grotendeels uit ongerept regenwoud bestaat en waar het grootste gedeelte van de bevolking in de hoofdstad Paramaribo woont.
De Surninaamse bevolking is zeer divers in etnische en religieuze afkomst. Heel bijzonder dat deze groepen allemaal redelijk vreedzaam naast en samen met elkaar leven. De openingstentoonstelling ‘Meet Su, meet Us’ belicht de rijke geschiedenis van deze mix van bevolkingsgroepen die afkomstig zijn uit alle delen van de wereld. En hiermee wordt ook de gedeelde geschiedenis met Nederland belicht, omdat Suriname eeuwenlang een kolonie is geweest. Slavernij en contractarbeid spelen een grote rol in deze geschiedenis en dat laat het museum ook duidelijk zien.
Op het gebied van toegankelijkheid is er aandacht voor mensen met een fysieke beperking, zoals de mogelijkheid van een lift om de 5 verdiepingen te bereiken. Deze informatie stond ook op de website vermeld. Voor mensen met een visuele- en of auditieve beperking heeft het museum (nog) geen speciale faciliteiten. Dat is wel jammer. Maar gelukkig had ik mijn familie mee die kon vertellen en beschrijven wat er te zien was.
Voorafgaand aan het bezoek vertelde een medewerker wat er allemaal te zien en te beleven was in het museum, waar de trappen, de lift, garderobe en toiletten waren, en kregen we een papieren plattegrond mee. Heel fijn.
Op de begane grond kwamen we eerst door een nagebootst regenwoud waar allerlei geluiden te horen waren, en foto’s voorwerpen te zien. Ook was er informatie te vinden over de planten en dieren. Daarnaast was er aandacht voor de oorspronkelijke bewoners, de inheemsen.
Op de hoger gelegen verdiepingen werden diverse bevolkingsgroepen gepresenteerd, zoals de Javanen, Chinezen en hindostanen die als contractarbeiders kwamen, joden, Libanezen etc. De geschiedenis van de tot slaafgemaakte mensen uit Afrika kreeg ook veel aandacht. Er waren onder andere een nagebouwd slavenschip en plantagewoningen te bewonderen. Bijzonder was dat je in de donkere kelder met laag plafond en een luchtrooster boven je hoofd een beetje de ervaring kon beleven hoe het was om aan boord van een slavenschip vervoerd te worden.
Overal in het museum waren bij afbeeldingen en voorwerpen bordjes met teksten te vinden en schermen waar je nog meer informatie kon vinden. Deze kon ik helaas niet zelf lezen, maar met begeleiding en apps kwam ik een heel eind.
Op de bovenste verdieping wordt de roerige politieke geschiedenis zoals de onafhankelijkheid in 1975, de uittocht van vele Surinamers naar Nederland en de jaren van net militair bewind belicht. Ten slotte zijn daar ook werken van diverse kunstenaars te bewonderen.
Al met al is er veel te zien en veel aan informatie te vinden over een boeiend land, dat al eeuwen een band met Nederland heeft. Niets voor niets heeft Koning Willem Alexander op 25 november, op de viering van 50 jaar onafhankelijkheid, het museum officieel geopend.
Ik hoop nog een keer naar het museum te komen en dat er dan nog meer mogelijkheden zullen zijn om als slechtziende en slechthorende bezoeker de verhalen van Suriname te ervaren. Er is volgens mij veel te ontdekken met alle zintuigen; niet alleen om naar te kijken, maar ook luisteren, voelen, ruiken en proeven. En over dat laatste gesproken: een volgende keer zeker ook naar het museumcafé voor lekkere Surinaamse lekkernijen, want dat is deze keer niet gelukt.
